Bijna Liefde

Bijna liefde op het eerste gezicht

Het is zoiets iets als liefde op het eerste gezicht. Niet dat ze naar me kijkt. Neen ze kijkt naar het kind in haar armen. Vandaag ga ik een brief schrijven aan God. Een aanklacht omdat er zoveel onrechtvaardigheden in de schepping zitten. Te beginnen bij de boom van goed en kwaad. Waarom wordt de mens verleidt tot het eten van een verboden appel? Waarom is er überhaupt een verboden appel. Zou het leven niet veel gemakkelijker zijn als we nog in het Paradijs zouden leven? Sinds de mens die fatale keuze heeft gemaakt moeten we het doen met het vertrouwen. Is het nu waar wat er wordt gezegd? Of is het nu niet waar? Een lastig dillemma. En dan leid je ook nog aan een psygisch probleem. Erg lastig hoor. Eigenlijk onleefbaar. Iedere avond als ik in mijn bed stap hoop ik dat ik die nacht van alle ellende zal worden genezen. Dat er een engel komt die me de bevrijdende woorden toespreekt dat ik ben genezen van mijn kwaal. Daan, open je ogen. Je hebt helemaal geen psychisch probleem meer. Je zult voortaan sneller zien wanneer mensen de waarheid spreken en wanneer niet. De engel vliegt weg en laat me gelukkig achter. Wat een weldaad. Maar met de vreugde begon de aarde ook te schudden. En weldra staat er een vijf-koppige draak voor mijn ledikant. En nadat die koppen een poosje vuur hadden gespuwd vertelden ze me dat ik een diagnose had. En tot overmaat van ramp allemaal een verschillende. Het was vreselijk. Alles wat ik ook had vermoed wat ik wel eens zou kunnen mankeren kreeg ik nu bevestigd. Maar gelukkig daar komt Joris, mijn kerngezonde buurman, vader van 5 kerngezonde kinderen met zijn zwaard. Hij hakte de draak alle 5 de koppen af. En daar viel de draak naar beneden. Mijn bed blijkt beven op een flat te staan. Ik kijk over de rand van mijn bed en zie daar een gapend gat. Het gapende gat roept. Spring maar, dan ben je van alle ellende af. De draak had me alle zelfvertrouwen ont- Nomen. Kon ik het gapende gat nu vertrouwen of kon ik het niet vertrouwen. Ik wend me tot Joris. Die laat mij zijn zwaard zien en zegt vol zelfvertrouwen dat er weer 5 putjes bijgekomen zijn in het zwaard. Hij heeft geen tijd voor me. Ik ben toch die man in die W.A.O. waar hij voor moet zorgen. Ik kruip in mijn schulp. Ik hoop dat Joris weggaat zodat ik weer frank en frij mijn hoofd over de rand van het ledikant kant steken en kan babbelen met het gapende gat. En inderdaad de volgende ramp dient zich weldra aan. Het agressieve geluid van mijn wekker laat zich gelden. Ik moet mijn bed uit om de wekker uit te kunnen zetten. Geheel slaapdronken stap ik nu toch ondoordacht, in het vertrouwen dat het altijd goed is gegaan, in het gapende gat, in dit geval het trapgat. Ik heb vandaag wel 10 x gehoord dat ik een engeltje op mijn schouder heb dat ik mijn nek niet heb gebroken. En dat vervelende duiveltje dan telkens maar weer in mijn oor zeggen dat dit toch helemaal niet erg is. Ik heb net een bosje ereprijs geplukt. Dat zet ik graag bij mijn Mariabeeldje. Het is bijna liefde op het eerste gezicht.

Door Daan Muizenberg